3.1 Verschillen tussen werkdruk en werkstress
begrijpen
De termen ‘werkdruk’ en ‘werkstress’ zijn niet uitwisselbaar. Om de werkdrukproblemen in de organisatie beter te begrijpen en de juiste maatregelen te nemen, is het belangrijk dat je het onderscheid kent.
3.1.1 Van werkdruk naar werkstress
problematisch
Zoals je al in hoofdstuk 1 kon lezen, is het niet meteen een probleem als een werknemer af en toe onder hoge druk moet werken. Misschien gaat hij zelfs beter presteren als er een beetje druk op de ketel staat. Werkdruk wordt pas problematisch als de werknemer het gevoel heeft dat hij niet meer kan voldoen aan de eisen die het werk stelt. Of als hij continu onder hoge spanning werkt. Als dat gebeurt, ervaart hij werkstress.
Bovengrens niet mogelijk
wetgeving
Het ministerie van SZW heeft overwogen om een bovengrens voor werkdruk te formuleren en in de Arbowet op te nemen. De Gezondheidsraad adviseerde echter dat een bovengrens in wetgeving toevoegen praktisch gezien niet mogelijk was. Volgens de Gezondheidsraad viel werkdruk niet te normeren: er is geen eenduidige definitie van werkdruk, dus kan er ook geen bovengrens worden bepaald.
Persoonlijke grens
Omdat de grens waarop drukte op het werk niet goed meer voelt voor iedereen anders ligt, mag het werkdrukbeleid in de organisatie niet te algemeen zijn. Het beleid moet erop gericht zijn om zo min mogelijk werknemers over hun persoonlijke grens heen te laten gaan.
3.1.2 Preventie van werkstress
Gaat een werknemer werkdruk als een probleem ervaren, en verandert er niets aan de situatie, dan is er sprake van werkstress.
Uit balans
Arbowet
Bij werkstress zijn de eisen die de werkomgeving aan de werknemer stelt en het vermogen van de werknemer om hiermee om te gaan, langdurig uit balans. De Arbowet geeft geen definitie van werkdruk, maar wel van (werk)stress: ‘een toestand die als negatief ervaren lichamelijke, psychische of sociale gevolgen heeft’.
Regelmogelijkheden
planning
zelfstandig
In veel organisaties is er constant werkdruk. Dat kan uiteindelijk leiden tot werkstress. Vooral als werknemers in hun werk weinig invloed hebben op de planning van hun werkzaamheden, vormt structurele werkdruk een groot gezondheidsrisico. Hebben ze daarentegen juist veel ruimte om hun eigen werk in te delen en met taken te schuiven, kunnen ze werk delegeren en mogen ze zelfstandig beslissingen nemen, dan hebben ze meer mogelijkheden om de werkdruk te beheersen. Die regelmogelijkheden wapenen hen als het ware tegen werkstress. Ze vormen een buffer.
Als werkdruk eenmaal is opgelopen tot werkstress, kan dit leiden tot allerlei fysieke en psychische klachten, zoals oververmoeidheid en somberheid. Uiteindelijk kan de werknemer zelfs overspannen raken of een burn-out krijgen. Dat moet de OR natuurlijk zien te voorkomen!
3.1.3 Positieve en negatieve stress
herstellen
Stress is niet altijd een slecht teken. Er bestaat ook positieve stress. In dat geval motiveert het gevoel van spanning de werknemer juist om goed werk te leveren: hij ziet de klus die hij moet klaren als een uitdaging waarmee hij het beste uit zichzelf haalt. Na afloop kan de werknemer zich vermoeid voelen, maar daar herstelt hij dan vrij eenvoudig weer van, zeker als hij even gas terug kan nemen. Dat is een groot verschil met negatieve stress: dan blijft het gevoel van spanning overheersen. De werknemer is dus niet in staat of in de gelegenheid om te herstellen van de stressvolle periode. En dat leidt uiteindelijk tot gezondheidsklachten.