1.2 Wanneer kies je voor een zzp’er?
screening
kosten- besparing
flexconstructie
Op het moment dat er vraag naar arbeid ontstaat, kan een organisatie ervoor kiezen om een zzp’er in te huren in plaats van een vaste of tijdelijke werknemer. De motieven voor de inzet van een zzp’er kunnen – volgens een onderzoek van het CBS in samenwerking met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) – grofweg in vier categorieën worden ingedeeld:
- tijdelijke of onzekere behoefte aan (extra) personeel;
- screening voor een vast dienstverband: het kan zijn dat de kwaliteit van de werknemer niet goed is in te schatten en de wettelijke proefperiode te kort is om een goede inschatting te kunnen maken;
- kostenbesparing en risicomijding;
- de arbeidskracht (die vaak over zeer gewilde schaarse vaardigheden beschikt) heeft zelf een voorkeur voor een flexconstructie, omdat hij via die weg bijvoorbeeld een hogere beloning kan uitonderhandelen dan via een baan als werknemer.
1.2.1 De zzp’er en de sociale zekerheid
werknemersverzekeringen
Werknemers genieten vooral sociaalrechtelijk bescherming, terwijl de voordelen voor de zzp’er vooral in de fiscale sfeer liggen. Het onderscheid tussen werknemer en zelfstandige geldt in het algemeen binnen het socialezekerheidsrecht. De verzekerings- en premieplicht van de werknemersverzekeringen is verbonden aan het verrichten van arbeid in dienstbetrekking.
Rechten
arbeids- ongeschikt
De zzp’er is in principe zelf verantwoordelijk voor zijn inkomen bij verlies van werk, ziekte of arbeidsongeschiktheid, terwijl een werknemer recht heeft op:
- een werkloosheidsuitkering (Werkloosheidswet);
- loondoorbetaling bij ziekte;
- een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WIA) na twee jaar ziekte bij minimaal 35% arbeidsongeschiktheid.
1.2.2 Verschil in belastingheffing werknemer en zzp’er
dienst- betrekking
De inkomstenbelasting onderscheidt drie vormen van bronnen van inkomen:
- loon uit dienstbetrekking (werknemer);
- winst uit onderneming;
- inkomsten uit overig werk.
In dit themadossier beperken wij ons tot de eerste twee vormen: de werknemer versus de ondernemer/zzp’er.
Fiscale verschillen
volks- verzekeringen
aftrekposten
De fiscale behandeling van deze twee groepen kenmerkt zich door twee elementaire verschillen:
Inkomen
Dit bij elkaar opgeteld zorgt ervoor dat een zzp’er onderaan de streep, netto meer overhoudt bij een gelijk bruto-inkomen dan een werknemer. Daar staat weer tegenover dat de zzp’er:
- zelf verantwoordelijk is voor onder meer zijn pensioenvoorziening;
- moet investeren in gereedschap en materialen;
- zelf maatregelen moet treffen voor inkomens- en ondernemersrisico (zie hoofdstuk 5).
Een zzp’er heeft geen recht op de arbeidsvoorwaarden van de opdrachtgever. Toch is het verstandig om de zzp’er in bepaalde gevallen te behandelen als een ‘gewone’ werknemer. Denk aan de Arbeidsomstandigenhedenwet (Arbowet) en de Arbeidstijdenwet (zie hoofdstuk 4).