U bent hier

OR & Medezeggenschap
Vormen van medezeggenschap1. Medezeggenschap van klein tot groot1.1 Medezeggenschap in kleine en grote organisaties

1.1 Medezeggenschap in kleine en grote organisaties

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier OR Rendement
Publicatiedatum: mei 2026

verplicht

Alle organisaties in Nederland waar in de regel minstens 50 personen werkzaam zijn, zijn volgens de WOR verplicht om een OR te hebben. Maar ook bij kleinere organisaties is er sprake van medezeggenschap. En hoe werkt het als de organisatie uit meerdere delen bestaat en meerdere ondernemingsraden heeft? Volgens de WOR kunnen organisaties op de volgende manieren medezeggenschap organiseren.

1.1.1 Organisaties tot 50 werknemers

ontwikkeling

helft

Organisaties met tien tot 50 werknemers moeten minstens twee keer per jaar een personeelsvergadering (PV) organiseren, waarbij de bestuurder de werknemers dan informeert over de ontwikkelingen in de organisatie. De personeelsvertegenwoordiging is een volgende stap bij organisaties tot 50 werknemers: organisaties moeten een personeelsvertegenwoordiging (PVT) inrichten op het moment dat de cao dit voorschrijft of als minstens de helft van de werknemers hierom vraagt. In hoofdstuk 2 lees je meer over de werking van een PV en een PVT. Elke organisatie in Nederland met minstens 50 werknemers is verplicht om een OR in te richten. In hoofdstuk 3 krijg je meer uitleg over de OR.

Bij kleinere organisaties heeft de bestuurder ook de ­mogelijkheid om vrijwillig een OR te installeren, bijvoorbeeld als de verwachting bestaat dat de organisatie snel zal gaan groeien.

1.1.2 Meerdere ondernemingsraden

overkoepelend

onderdeel

Grotere organisaties hebben vaak meerdere vestigingen en een complexere organisatiestructuur. Eén ondernemingsraad volstaat dan vaak niet. Soms is er sprake van een OR per vestiging. De bestuurder kan dan een zogenoemde overkoepelende OR instellen, zoals een centrale ondernemingsraad (COR), een groepsondernemingsraad (GOR) of een gemeenschappelijke OR (artikel 35 WOR). Op die manier kan de medezeggenschap in een grote organisatie bestaan uit een soort netwerk van medezeggenschapsorganen. Er zijn verschillende varianten om dit in te richten. De OR heeft daarnaast de mogelijkheid om een onderdeelcommissie (OC) in te stellen voor een bepaald onderdeel van de organisatie. Een OC heeft minder rechten en bevoegdheden dan een OR. In hoofdstuk 4 lees je meer over de medezeggenschap in grote organisaties.

Europese ondernemingsraad

landen

initiatief

Een organisatie met minstens 1.000 werknemers in dienst moet een Europese ondernemingsraad (EOR) instellen als er twee vestigingen in verschillende landen binnen de Europese Economische Ruimte zijn. De EOR richt zich op de overkoepelende Europese vraagstukken. Meer over de werking van een EOR lees je in hoofdstuk 5. Let wel: het opzetten van de medezeggenschap is een verantwoordelijkheid die primair bij de bestuurder ligt. In de WOR is bepaald dat de bestuurder hierbij het initiatief moet nemen (artikel 2, artikel 33 en artikel 35b WOR). In veel andere landen moet het initiatief komen van de werknemers en/of de vakbonden. Ook bij de nieuwe regeling van de EOR (naar aanleiding van het besluit van het Europees Parlement van oktober 2025) ligt de bal bij de bestuurder.

1.1.3 Andere vormen van medezeggenschap

fusietraject

Daarnaast zijn er ook nog andere vormen van medezeggenschap, zoals de bijzondere ondernemingsraad (BOR), de tijdelijke ondernemingsraad (TOR) of de platform-OR. Deze vormen ontstaan voornamelijk bij een fusietraject of tijdens een andere vorm van samenwerking met één of meer andere organisaties, waarbij de ondernemingsraden van de partijen voor de tussenliggende periode zijn samengevoegd.

De BOR, de TOR of de platform-OR zijn geen wettelijke ­medezeggenschapsorganen, maar bijzondere vormen van medezeggenschap die de bestuurder en OR kunnen instellen.

Sector

politiek
 primaat

Er zijn ook specifieke vormen van medezeggenschap naar sector, zoals de cliëntenraden in de zorg (Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen), de medezeggenschapsraden die de inspraak van personeel, ouders en leerlingen in het onderwijs regelt (Wet medezeggenschap op scholen) en het zogenoemde politiek primaat, met afspraken over de medezeggenschap voor overheden. Het politiek primaat (of: primaat van de politiek) is in het leven geroepen om te zorgen dat de medezeggenschap niet over elke politieke beslissing opnieuw een besluit moet nemen. Zie ook hoofdstuk 8 voor een uitgebreide toelichting hierover.