1.3 Ontwikkelingen (van 1950 tot nu)
positie
De Wet op de ondernemingsraden (WOR) is in 1950 ingesteld en bestaat inmiddels ruim 75 jaar. In die periode zijn de afspraken over medezeggenschap in Nederland behoorlijk veranderd en is de positie van de OR versterkt. Dit komt mede door diverse uitspraken van kantonrechters die de rechten en bevoegdheden van een OR in een steviger zadel hebben geholpen.
1.3.1 De WOR en de positie van de OR in hoofdlijnen
insteek
ondersteunen
opstellen
Het bestaansrecht – het doel van de OR – is nog steeds hetzelfde, namelijk ‘het goed functioneren van de onderneming in al haar doelstellingen’. De bestuurder en de OR hebben dus een gezamenlijk belang. Hierbij geldt een brede insteek (in al haar doelstellingen), de OR gaat over veel meer dan alleen personele regelingen. Ook de positie op de tandem is nog hetzelfde: de bestuurder (be)stuurt: neemt de besluiten; de OR ondersteunt met adviezen: navigeert, door mee te denken, te controleren, in te stemmen of te adviseren. De juridische inrichting van de medezeggenschap (de rechten en de bevoegdheden) zijn wel duidelijk geëvolueerd. Het doel staat nog overeind, de tandem is er nog, maar de invloed van de OR op de koers is duidelijk vergroot. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat die invloed in de praktijk voor een flink deel afhangt van hoe een OR zich opstelt, zich organiseert en durft om echt invloed te hebben.
De symbolische positie van de OR
inspraak
Toen de WOR in 1950 werd ingevoerd, was medezeggenschap vooral symbolisch. De wet moest werknemers een stem geven in de organisatie, maar in de praktijk had de ondernemingsraad weinig macht. De directeur van een organisatie was vaak zelf voorzitter van de OR. Toch was het een belangrijke eerste stap: organisaties met 50 werknemers of meer moesten voortaan een OR instellen. Daarmee legde de overheid het fundament voor formele inspraak op de werkvloer.
1.3.2 Jaren 70: medezeggenschap krijgt inhoud
invloed
In de jaren 70 veranderde het beeld van de OR ingrijpend. Een belangrijke verandering in de WOR is de goedkeuring van onderling beraad: OR-leden mogen voortaan ook overleg voeren zonder dat de bestuurder aanwezig is. De OR wordt hiermee een zelfstandige partij in de organisatie. Ook werd de wet uitgebreid naar de non-profitsector. Maar misschien nog belangrijker: de OR kreeg uitgebreide advies- en instemmingsrechten over onderwerpen op sociaal, financieel en bedrijfseconomisch terrein. Zo kon de OR invloed uitoefenen op reorganisaties, werktijden, arbeidsomstandigheden, personeelsregelingen en vele andere besluiten. Met artikel 26 WOR werd het zelfs mogelijk om naar de rechter te stappen als een bestuurder de OR bij een adviesplichtig besluit negeerde.
De medezeggenschap kreeg hiermee voor het eerst een sterke positie in de organisatie. Ook vakbonden bouwden in de jaren 70 hun positie uit en onderhandelden over lonen en andere arbeidsvoorwaarden.
1.3.3 Jaren 90 en 2000: professionalisering
scholingsbudget
Vanaf de jaren 90 ‘professionaliseerde’ het OR-werk in hoog tempo. OR-leden kregen recht op meer informatie (bijvoorbeeld financiële informatie en over personele zaken, zoals ziekteverzuim en personeelsverloop) en een groter scholingsbudget. Dat gaf de leden de ruimte om hun rol serieuzer, deskundiger en structureler in te vullen. Ook werd het eenvoudiger om een centrale ondernemingsraad in te stellen bij grotere organisaties. Tegelijkertijd verbreedde het werkterrein van de OR. Nieuwe maatschappelijke thema’s vonden hun weg naar de wet, zoals milieuzorg, privacy, automatisering en technologische ontwikkelingen. Veel van die onderwerpen kregen een plek in de advies- en instemmingsrechten van artikel 25 en 27 WOR. Bestuurders moesten bovendien twee keer per jaar met de OR om tafel om te spreken over de algemene gang van zaken en het personeelsbeleid. Daarmee schoof de OR definitief op richting strategisch overlegpartner.
1.3.4 Recent: ruimte voor werknemers en flexwerkers
commissies
continuïteit
De meest recente wijzigingen richten zich vooral op toegankelijkheid en vroege betrokkenheid. Met de Verzamelwet SZW 2022 werden de kiesrechttermijnen verkort en verviel de eis dat vaste commissies in meerderheid uit OR-leden moeten bestaan. Hierdoor kunnen ook werknemers met kortere dienstverbanden en flexwerkers sneller aan de medezeggenschap deelnemen. Een jaar later kwam daar een belangrijke aanvulling bij: sinds 2023 moeten accountants bij ernstige zorgen over de continuïteit van de organisatie hun controleverklaring ook rechtstreeks naar de OR sturen. Dat versterkt de informatiepositie van de OR op momenten waarop de organisatie extra kwetsbaar is.