6.2 Onderhandelings- en gesprekstechnieken
afdwingen
meebewegen
Met het initiatiefrecht heeft de OR een sterke troef in handen. Niet de bestuurder, maar de OR brengt in deze situatie een voorstel in. De OR kan weliswaar niet afdwingen dat de bestuurder het voorstel overneemt, maar kan in elk geval het gesprek over het plan gaan voeren. Zo’n gesprek biedt ruimte voor diverse uitkomsten. Waarschijnlijk heeft de OR één of meer concrete voorstellen gedaan. Misschien slaat het ene voorstel wel aan bij de bestuurder en het andere niet. Door het gesprek slim aan te pakken en voor te bereiden haal je het maximale uit het overleg. De OR gaat dan eigenlijk onderhandelen over het eigen voorstel, zodat het uiteindelijke voorstel zo gunstig mogelijk uitpakt voor de achterban. Zo toon je aan de bestuurder dat de OR proactief is en tegelijk ook meebeweegt. Bij een onderhandelingsgesprek kun je de volgende acht regels benoemen.
6.2.1 Inhoudelijk goed voorbereiden
Zorg dat je inhoudelijk goed voorbereid bent en laat eventueel namens de OR een deskundige aanschuiven (artikel 23a, lid 6 WOR). Zowel de bestuurder als de OR moet ruim voor de overlegvergadering aan de ander laten weten dat er een deskundige aanschuift.
6.2.2 Bepaal de positie van de OR
luisteren
onderhandelen
Zonder medewerking van de bestuurder heeft de OR niks aan een initiatiefvoorstel. Dat is glashelder. Je doet er daarom verstandig aan om goed naar de reactie van de bestuurder te luisteren en hem op punten ook tegemoet te komen. Geef dus ruimte in de mogelijkheden en maak duidelijk dat de OR bereid is om te onderhandelen (je kunt hier onderhandelen ook opvatten als: luisteren en afstemmen met de andere partij). Bij onderhandelen gaat het niet altijd om een overtuigend ‘ja’ of ‘nee’. Afhankelijk van de rechten van de OR en het belang van de organisatie tot het specifieke voorstel, kan de OR een positie innemen. Neem als voorbeeld de casus van KleinGeluk: goed werkgeverschap is een onderwerp dat de OR aangaat én ligt in het verlengde van de organisatiedoelstelling om de leukste werkgever van de regio te worden. Daarmee heeft de OR een goede positie.
6.2.3 Denk na over prioriteiten
argumenten
Je moet ook goed weten wat de OR wel en juist niet wil laten schieten van het voorstel. Maak een prioriteitenlijstje en zet de voor de OR belangrijkste elementen bovenaan. Denk hier goed over na, want tijdens de onderhandelingen moet je elke wens inhoudelijk onderbouwen. Het kan ook helpen om alvast te bedenken voor welke argumenten de bestuurder gevoelig is en wat hij mogelijk zelf zal aanvoeren als tegenargumenten, zodat je daar eigen argumenten tegenover kunt zetten.
6.2.4 Onderhandelen is organiseren
betoog
Denk ook na over de manier waarop je de discussie wilt gaan inleiden en organiseren. Je kunt kiezen om het woord te geven aan één woordvoerder, bijvoorbeeld de voorzitter, of om verschillende OR-leden elk een deel van het betoog te laten doen. Stem dit vooraf met elkaar af. Bedenk dat goed onderhandelen een vaardigheid is die de één beter beheerst dan de ander. Zo zal (te) teleurgesteld of kwaad reageren de positie van de OR geen goed doen.
Getraind
voorsprong
Bedenk ook dat bestuurders vaak geoefend en soms ook specifiek getraind zijn om het woord te voeren en te onderhandelen. Daarmee heeft de bestuurder een voorsprong op de meeste OR-leden. Een onervaren OR-lid voor de leeuwen gooien, is daarom waarschijnlijk geen goede optie.
6.2.5 Zorg voor haalbare doelen
wisselgeld
Benadruk tijdens het overleg de punten waarover de OR en de bestuurder het onderling eens zijn. Ook als er duidelijke verschillen zijn, moeten de partijen daar niet in blijven hangen. Zorg dus voor haalbare doelen, geef op basis van de reactie van de bestuurder onderdelen op om andere onderdelen juist te behouden (wisselgeld). Eén van de voorstellen van de OR van Het Koninklijk Concertgebouw ging over het organiseren van een bewustwordingscampagne. Dit is een voorbeeld van een concreet en (waarschijnlijk) haalbaar doel. Ga ook na of de OR en de bestuurder het in ieder geval eens zijn over de analyse van het onderliggende probleem. Bedenk wat voor jullie beiden een goede oplossing zou zijn.
6.2.6 Zorg voor bedenktijd (als dat nodig is)
tegenvoorstel
Zorg voor bedenktijd voor de OR na de reactie van de bestuurder en ga na of je tevreden bent over wat er op tafel ligt. Misschien gaat de bestuurder deels akkoord met het voorstel of doet hij een tegenvoorstel. Dan kan het verstandig zijn om eerst binnen de OR na te gaan hoe iedereen hier in staat, om later weer een vervolggesprek te hebben met de bestuurder.
6.2.7 OR niet afhankelijk van standpunten bestuurder
overlegpartner
Als de uitgangsposities bekend zijn, kun je op zoek naar onderhandelingsruimte. Een goede manier hiervoor is het opperen van voorlopige voorstellen (‘Stel dat de OR...’). Doe dit niet te voorzichtig; de OR is tenslotte een volwaardige overlegpartner. Maak je ook niet afhankelijk van de oplossingen en standpunten van de bestuurder en blijf weg van gedachten als ‘dat zal hij toch van tafel vegen’. Als de OR het een goed compromis vindt, stel het dan voor.
Let tijdens het onderhandelen ook op de non-verbale signalen van de bestuurder. Die zeggen veel over zijn wensen. Laat bijvoorbeeld eens een proefballonnetje op en kijk hoe hij reageert.
6.2.8 Geef niet te veel weg
aanpassing
Onderhandelen is geven en nemen. Geef nooit zomaar iets weg, ook al is het onbelangrijk. Zelfs als de OR bereid is tot een grote aanpassing van het voorstel, is het toch beter om dat in kleinere stapjes te doen. Want wie weet, gaat de bestuurder al eerder akkoord! Bovendien behoudt de OR zo de regie en een sterke positie.
Afronding
punten
Zijn de OR en de bestuurder er eenmaal uit, dan is het tijd voor de afronding. Zet de gemeenschappelijke punten en eventuele verschillen op een rij. Bepaal samen met de bestuurder wat hij gaat doen en wat daarvoor geregeld moet worden en neem de gemaakte afspraken op in het voorstel.