U bent hier

8.1 Bezwaren van bestuurder

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier OR Rendement
Publicatiedatum: november 2025

begrip

Welke bezwaren zou de bestuurder kunnen hebben? Hieronder staan een aantal voorbeelden. Het is belangrijk om ook begrip te tonen voor het standpunt van de bestuurder. De bezwaren kunnen immers voortkomen uit bredere afwegingen van de bestuurder, zoals kostenbeheersing, continuïteit van de organisatie, toegevoegde waarde en samenhang met strategische doelen.

8.1.1 Te hoge kosten

duur

De bestuurder kan aanvoeren dat jaarlijks meerdere dagen scholing voor OR-leden simpelweg te duur zijn, zeker als de organisatie krappe budgetten hanteert of net investeringen heeft gedaan in bijvoorbeeld nieuwe machines of ICT-systemen.

8.1.2 Ten koste van werktijd

continuïteit

Niet zelden klinkt het argument dat de tijdsinvestering ten koste gaat van de reguliere werkzaamheden. Elke dag dat een OR-lid in de opleiding zit, moet intern worden opgevangen of door collega’s worden ingevuld, wat de continuïteit van het werk in de teams kan ondermijnen.

8.1.3 Inhoud is niet zinvol voor onderneming

workshop

Daarnaast kan de bestuurder stellen dat de voorgestelde cursussen inhoudelijk onvoldoende aansluiten bij de concrete vraagstukken binnen de organisatie. Hij zou kunnen vinden dat een algemene basistraining medezeggenschap minder effectief is dan een korte interne workshop over een specifiek thema, zoals arbo of financiële cijfers, en daarmee minder passend binnen de strategische prioriteiten van de organisatie.

8.1.4 Weinig meetbare doelen

aantoonbaar

Een ander bezwaar kan zijn dat het scholingsplan te weinig meetbare doelen bevat. Zonder concrete leeruitkomsten is moeilijk aantoonbaar dat de investering in tijd en geld zich terugbetaalt in betere besluitvorming of een versterkte dialoog met het management.

8.1.5 Ongelijke positie werknemers

Tot slot kan de bestuurder hameren op een evenwichtige inzet van alle werknemers. Als OR-leden jaarlijks meerdere dagen naar trainingen gaan, terwijl andere werknemers (niet-OR-leden) die training niet volgen, ontstaat volgens hem een ongelijk speelveld binnen de organisatie.