U bent hier

8.2 Tegenargumentatie

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier OR Rendement
Publicatiedatum: november 2025

voorbeelden

Zeker bij aanhoudende onenigheid is het van belang voor de OR om voor elk bezwaar een heldere tegenargumentatie te formuleren. Waar mogelijk kun je met concrete voorbeelden aantonen hoe de scholing bijdraagt aan zowel de kwaliteit van de medezeggenschap als het algemeen belang van de organisatie.

Hieronder staan voorbeelden van tegenargumentatie, maar het is uiteraard belangrijk dat je de inhoud vertaalt in eigen woorden, die passen bij jullie OR en organisatie.

Voorbeelden

besparing

minimaal

leerdoel

Tegenargumentatie voor:

  • Te hoge kosten: We begrijpen dat budgetten onder druk staan, maar scholing levert de OR en de organisatie ook iets op. Een goed opgeleide OR is een betere gesprekspartner voor de bestuurder en andere professionals in de organisatie. Op termijn leidt dat tot betere en vaak snellere besluitvorming. En dus tot mogelijke besparingen die de investering rechtvaardigen.
  • Ten koste van werktijd: De scholingsdagen worden bewust vooruit gepland, zodat teams dit beter kunnen opvangen. Op die manier is een tijdelijke vervanging beter te organiseren en zal de impact op de dagelijkse werkzaamheden minimaal zijn. De OR-scholing kan daarnaast nuttig zijn in het algemene werk (denk bijvoorbeeld aan vaardigheden als snellezen, onderhandelen en effectief vergaderen).
  • Inhoud is niet zinvol voor de onderneming: Naast meer algemene trainingen kijkt de OR structureel ook naar maatwerkmodules op basis van actuele organisatievraagstukken. Om zo de inhoud aan te laten sluiten bij de dagelijkse praktijk. Denk bijvoorbeeld aan verdieping van kennis over pensioenen of kennis over de toepassing van AI.
  • Weinig meetbare doelen: Ook de OR zelf wil werken met concrete leerdoelen, want anders blijft het effect onduidelijk. De OR formuleert bijvoorbeeld per training de doelen SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden) en legt deze vast in het scholingsplan. Via tussentijdse evaluaties en een eindrapportage wordt de opbrengst zichtbaar.
  • Ongelijke positie werknemers: Die verschillen zijn er al in de organisatie. Alle werknemers hebben andere scholingsbehoeftes, ook afhankelijk van de positie, ervaring en kennis. Ook binnen de OR zijn er verschillen. De een zal bijvoorbeeld meer kennis hebben van de WOR of al meer financiële kennis hebben. Het is voor zowel de organisatie als de werknemers zinvol als die ruimte er is.

Meer informatie over hoe je doelen SMART kunt formuleren, vind je op rendement.nl/ordossier. Je vindt er ook een handige tool over hoe je je mondelinge communicatie kunt verbeteren.