6.1 Transparante afspraken
functioneren
Volgens artikel 18 WOR heeft de OR recht op scholing die nodig is voor het goed functioneren van de raad (zie ook paragraaf 1.3). De kosten van deze scholing komen volledig voor rekening van de ondernemer, inclusief eventuele reis- en verblijfskosten (artikel 22 WOR). Deze wettelijke scholingsfaciliteit geldt ook voor commissies en ambtelijk secretarissen van de OR.
De OR kan in principe zelf zijn scholing regelen. Pas als je wilt afwijken van de wet, heb je de toestemming van de bestuurder nodig.
Kosten
doorbetalen
planning
De bestuurder is wettelijk verplicht de scholings- en accommodatiekosten te dragen en gedurende de scholing het loon door te betalen, ook voor deeltijders, maar die kosten moeten wel redelijk zijn. Met name de kosten van de accommodatie kunnen flink oplopen. Het is aan te raden om de totale kosten daarom vooraf met de bestuurder te overleggen. Het kan ook verstandig zijn om de planning van de scholing met hem door te nemen. De afwezigheid van OR-leden moet de normale werkprocessen immers zo min mogelijk verstoren. Je moet de bestuurder tijdig op de hoogte brengen over de planning van de scholing. De bestuurder mag daarbij verwachten dat de OR rekening houdt met drukte binnen de organisatie en dat de OR de scholing zo veel mogelijk op een gunstig moment plant. Pakt de drukte anders uit dan verwacht, dan kan de bestuurder een beroep op de OR doen om de scholing uit te stellen.
Uitzonderingen
afwijzen
De bestuurder mag het voorstel van de OR voor scholing afwijzen, maar moet daar dan wel een goede reden voor hebben. Dit is vergelijkbaar met de vakantierechten van een werknemer. De werkgever kan een eerder toegestemde afwezigheid intrekken als een goede voortgang van het werk dat noodzakelijk maakt. Uiteraard draagt hij dan ook de mogelijke kosten van de annulering.
Kom je niet tot goede afspraken met de bestuurder, dan heb je de mogelijkheid tot bemiddeling, bijvoorbeeld via de bedrijfscommissie van de SER of via een vakbond.