U bent hier

OR & Medezeggenschap
Aan de slag met de cao6. Instemmingsrecht OR versus cao-bepalingen6.1 Artikel 27 WOR: instemmingrecht

6.1 Artikel 27 WOR: instemmingrecht

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier OR Rendement
Publicatiedatum: januari 2026

In de praktijk moet een bestuurder veel met de OR overleggen en samenwerken, ook als er een cao is. Het is dus belangrijk dat je precies weet welke instemmingsplichtige onderwerpen zijn vastgelegd in artikel 27, lid 1 WOR.

6.1.1 Lid 1a: pensioen, winstdeling of spaarregeling

pensioenovereenkomst

voorgenomen besluit

In artikel 27, lid 1a WOR staat dat de OR instemmingsrecht heeft bij regelingen op grond van een pensioenovereenkomst. Een pensioenovereenkomst gaat over de inhoud en regelt onder andere het toegepaste pensioensysteem, de pensioenopbouw per jaar, de eigen bijdrage en het partnerpensioen. Het instemmingsrecht heeft betrekking op elk voorgenomen besluit van de bestuurder om een pensioenovereenkomst in te voeren, te wijzigen of in te trekken. Bij de wijzigingen als gevolg van de Wet toekomst pensioenen (WTP) kan de OR ook instemmingsrecht hebben.

De OR heeft geen instemmingsrecht als er sprake is van een verplichte deelname aan een bedrijfstakpensioenfonds of als de pensioenregeling is geregeld in de cao (artikel 27, lid 3 WOR).

Winstdelingsregeling

uitkering

systematiek

opleidingsbeleid

Bij winstdeling krijgen werknemers een extra uitkering, afhankelijk van de gerealiseerde winst. De winstdelingsregeling omschrijft wat winst is, hoe de uitkering daarmee samenhangt en aan welke criteria een werknemer moet voldoen om ervoor in aanmerking te komen. De uitkering kan bestaan uit een geldbedrag, maar ook uit aandelen of opties. De OR heeft instemmingsrecht op de berekeningswijze van de winstdeling, niet op de hoogte van het bedrag.

Spaarregegeling

spaarloon

Volgens artikel 27, lid 1a WOR heeft de ondernemingsraad instemmingsrecht als de bestuurder een spaarregeling voor de werknemers wil vaststellen, intrekken of wijzigen. De mogelijkheden voor een fiscaalvriendelijke bedrijfsspaarregeling zijn echter niet groot meer: de spaarloonregeling en levensloopregeling zijn namelijk beide vervallen.

Uitvoeringsovereenkomst

Het instemmingsrecht geldt ook voor regelingen in een uitvoeringsovereenkomst die van invloed zijn op de pensioenovereenkomst (artikel 27, lid 7 WOR). Volgens de wettekst betreft dat in ieder geval: de manier waarop de premie wordt vastgesteld, de toeslagverlening (indexatie) en de keuze voor een pensioenuitvoerder.

6.1.2 Lid 1b: arbeids- en rusttijden en vakantie

rusttijden

Onder arbeidstijdenregelingen vallen regelingen voor arbeids- en rusttijden, ploegendiensten, dienstroosters, overwerk en variabele werktijden. Het instemmingsrecht heeft geen betrekking op het aantal uren dat werknemers draaien. Dat is immers de arbeidsduur en die verschilt per werknemer. Het instemmingsrecht is niet van toepassing bij de bepaling van het aantal vakantiedagen. Het moet om een regeling gaan, zoals de manier waarop de organisatie de roosters opstelt of een collectieve vakantieregeling. Tot slot heeft de OR instemmingsrecht bij het vaststellen of wijzigen van verlofregelingen, bijvoorbeeld voor de geboorte van een kind of bij een calamiteit.

6.1.3 Lid 1c: belonings- en functiewaarderingssysteem

De OR heeft instemmingsrecht over de systematiek die de werkgever hanteert bij het vaststellen van de beloningen en het waarderen van functies. Vaak hangen deze systemen samen, omdat de zwaarte van de functie in principe sterk bepalend is voor de hoogte van de beloning. Over de individuele beloning en functiezwaarte van werknemers heeft de OR niets te zeggen.

6.1.4 Lid 1d: arbo, ziekteverzuim en re-integratie

RI&E

Alle regelingen op het gebied van arbeidsomstandigheden, ziekteverzuim en re-integratie zijn instemmingsplichtig. Onderwerpen die daaronder vallen zijn in ieder geval:

  • de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E);
  • het bijbehorende plan van aanpak;
  • het verzuim- en re-integratiebeleid;
  • de organisatie van interne arbozorg;
  • de bedrijfshulpverlening (bhv);
  • de preventiemedewerkers;
  • de persoonlijke beschermingsmiddelen.

commissies

Het recht op dit gebied gaat heel ver, omdat feitelijk alle besluiten die gevolgen kunnen hebben voor de arbeidsomstandigheden van werknemers eerst langs de OR moeten. Het arbo- en ziekteverzuimbeleid neemt daarom een belangrijk deel van het OR-werk in beslag. Niet voor niets hebben veel ondernemingsraden hiervoor aparte commissies ingesteld.

Artikel 28, lid 1 WOR geeft de OR bovendien de speciale opdracht om de naleving van de voorschriften op het gebied van de arbeidsomstandigheden en de arbeids- en rusttijden te bevorderen.

6.1.5 Lid 1e: aanstellings-, ontslag- en bevorderingsbeleid

ontslagbeleid

Hierbij kun je denken aan besluiten met betrekking tot sollicitatieprocedures, regelingen over tijdelijke en vaste aanstellingen, het ontslagbeleid en interne promotieregelingen. Belangrijk hierbij is dat de OR geen instemmingsrecht heeft over individuele besluiten, maar alleen over het beleid. Dat is soms wel een beetje een schemergebied, want bepaalde gebruiken en vaste werkwijzen staan vaak niet op papier. Hierdoor kan het lastig zijn om een duidelijk beleid aan te wijzen waarover de OR iets mag zeggen. Anders is het natuurlijk als de cao de regels bepaalt of zegt dat de werkgever in overleg met de OR dit beleid moet invullen.

6.1.6 Lid 1f: personeelsopleiding

De OR heeft instemmingsrecht over het opleidingsbeleid van de organisatie. Denk daarbij bijvoorbeeld aan hoe de organisatie vaststelt wanneer welke werknemers een opleiding mogen of moeten volgen. Ook studieverlof en een terugbetalingsregeling zijn instemmingsplichtig. Als het opleidingsbeleid van je organisatie een structureel karakter heeft, heeft jullie OR bovendien instemmingsrecht over de vaststelling van het opleidingsbudget.

6.1.7 Lid 1g: personeelsbeoordeling

criteria

Elke werknemer verdient een eerlijke beoordeling. Het beleid daarvoor is daarom instemmingsplichtig. De OR kan de manier van beoordeling toetsen op de gehanteerde criteria, de schriftelijke vastlegging, de gevolgen van de beoordeling en bezwaarmogelijkheden van de werknemer. Dit punt hangt overigens samen met functiewaarderingssystemen.

6.1.8 Lid 1h: bedrijfsmaatschappelijk werk

werksituatie

periodiek overleg

Bedrijfsmaatschappelijk werk is gericht op het oplossen van problemen die voortkomen uit de werksituatie. Het gaat om hulpverlening door beroepskrachten in een vertrouwensrelatie waar de werknemer gebruik van maakt. Jullie OR heeft instemmingsrecht bij het voorgenomen besluit om van de diensten van een bedrijfsmaatschappelijk werker gebruik te maken, maar ook bij besluiten over de werkwijze en plaats in de organisatie van de functionaris.

6.1.9 Lid 1i: werkoverleg

klachten­regeling

Jullie OR heeft instemmingsrecht op elke regeling die betrekking heeft op een vorm van periodiek overleg tussen werknemers en hun eigen leidinggevenden. Je hebt instemmingsrecht omdat het werkoverleg een significante bijdrage kan leveren aan de directe beïnvloeding door werknemers op hun werk, hun werkomstandigheden en hun onderlinge werkverhoudingen.

6.1.10 Lid 1j: behandeling van klachten

privacy

Werknemers kunnen via een klachtenregeling een onrechtvaardige behandeling in de werksituatie aan de orde stellen. De OR is niet bevoegd deze klachten inhoudelijk te beoordelen, maar kan wel waken over een zorgvuldige procedure. Daarom moet de bestuurder instemming vragen aan de OR als hij een besluit wil nemen over een klachtenregeling.

6.1.11 Lid 1k: bescherming persoonsgegevens

Bescherming van privacy en persoonsgegevens wordt steeds belangrijker. Hoe de bestuurder deze gegevens verwerkt en beschermt, is onderwerp van instemming. Als de bestuurder bijvoorbeeld een elektronische prikklok wil gaan gebruiken of telefoongesprekken opnemen, is de instemming van de OR vereist. Let ook op hoe persoonsgegevens in administratieve systemen worden opgenomen en beschermd.

6.1.12 Lid 1l: aanwezigheid, gedrag en prestaties

controle

De OR heeft instemmingsrecht bij regelingen voor voorzieningen die gericht zijn op – of geschikt zijn voor – waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties van de werknemers. Ontvangt jullie OR een instemmingsaanvraag voor de invoering van een personeelsvolgsysteem, bekijk deze plannen dan kritisch. Zo’n systeem heeft immers ingrijpende gevolgen voor jullie achterban.

6.1.13 Lid 1m: klokkenluidersregeling

vermoeden misstand

De OR heeft instemmingsrecht bij het vaststellen, wijzigen of intrekken van een procedure voor het omgaan met het melden van een vermoeden van een misstand zoals bedoeld in de Wet bescherming klokkenluiders, oftewel de klokkenluidersregeling. De bestuurder kan een nieuwe klokkenluidersregeling dus pas invoeren of een bestaande meldprocedure pas wijzigen of intrekken nadat jullie OR hiermee heeft ingestemd.