U bent hier

OR & Medezeggenschap
Vormen van medezeggenschap8. Andere vormen van medezeggenschap8.3 Medezeggenschap in het onderwijs

8.3 Medezeggenschap in het onderwijs

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier OR Rendement
Publicatiedatum: mei 2026

Hoe de medezeggenschap is georganiseerd verschilt per onderwijssector. Op veel gebieden sluit de medezeggenschap aan bij de inrichting van de WOR. Het belangrijkste verschil is dat vaak studenten (leerlingen) en soms ook ouders deelnemen in de raad.

8.3.1 Verschillende onderwijsvormen

primair en voortgezet

hoger en wetenschappelijk

De medezeggenschap in de onderwijsvormen:

  • Primair en voortgezet onderwijs: kennen een medezeggenschapsraad (MR) en een medezeggenschap op basis van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS).
  • Mbo: hebben ondernemingsraden waar de WOR van toepassing is. Voor mbo-studenten zijn er deelnemersraden. In sommige situaties schrijft de wet ook ouderraden voor.
  • Hoger en wetenschappelijk onderwijs: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) is van toepassing. Er kan sprake zijn van een gedeelde structuur (personeel en studenten apart) of een ongedeelde structuur (samen in één raad). Bij een gedeelde structuur is naast de WHW ook de WOR van toepassing.

Het gaat te ver om alle onderwijsvormen tot in detail te bespreken. Hierna kun je lezen over het primair en voortgezet onderwijs, omdat daar altijd sprake is van een MR. Daarmee kun je een duidelijk onderscheid maken met de inrichting vanuit de WOR.

8.3.2 Medezeggenschap primair en voortgezet onderwijs

overlegorgaan

Iedere school moet een medezeggenschapsraad instellen. De MR is het formele overlegorgaan tussen het bevoegd gezag (bijvoorbeeld het schoolbestuur) en de geledingen binnen de school. De WMS sluit op onderdelen aan bij de systematiek van de WOR, maar kent een eigen opzet en terminologie.

Samenstelling

De MR bestaat uit vertegenwoordigers van het personeel en vertegenwoordigers van ouders en – in het voortgezet onderwijs – leerlingen. Daarmee wijkt de MR wezenlijk af van de OR, waarin uitsluitend werknemers zitting hebben. De personeelsgeleding wordt gekozen door en uit het personeel. De ouder- en leerlinggeleding worden gekozen door en uit hun eigen achterban. Binnen de MR stemmen de geledingen in principe gezamenlijk, maar bij sommige onderwerpen is instemming van een specifieke geleding vereist (bijvoorbeeld alleen van het personeel of alleen van ouders/leerlingen).

In grotere onderwijsorganisaties kan naast een MR een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) worden ingesteld op bestuursniveau.

Bevoegdheden

Net als de OR heeft de MR advies- en instemmingsrechten. De MR heeft adviesrecht bij belangrijke besluiten zoals fusies, samenwerking met andere scholen of ingrijpende organisatorische wijzigingen. Daarnaast heeft de MR instemmingsrecht op onderwerpen die direct raken aan het onderwijs en de schoolorganisatie, zoals het schoolplan, het zorgbeleid, de onderwijstijd en het veiligheidsbeleid. Voor personele regelingen, zoals arbeids- en rusttijden, geldt instemmingsrecht van de personeelsgeleding.

Een belangrijk verschil met de OR is dat arbeidsvoorwaarden doorgaans buiten de MR vallen. Ook kent de WMS een eigen geschillenregeling via de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS.

Belangen

wettelijk kader

De MR en de OR lijken in structuur op elkaar, maar vertegenwoordigen verschillende groepen en werken binnen een eigen wettelijk kader. Waar de OR de belangen van werknemers binnen een onderneming behartigt, brengt de MR verschillende perspectieven samen: personeel, ouders en ­leerlingen.