U bent hier

OR & Medezeggenschap
Vormen van medezeggenschap3. Medezeggenschap in de middelgrote organisatie3.3 Rechten OR

3.3 Rechten OR

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier OR Rendement
Publicatiedatum: mei 2026

overleg­vergadering

adviesrecht

De OR beschikt op grond van de WOR over verschillende rechten om invloed uit te oefenen op het beleid en de besluitvorming binnen de organisatie. Deze rechten zorgen ervoor dat de OR tijdig wordt betrokken en namens de werknemers kan meepraten en meebeslissen. Met het recht op overleg kan de OR invloed uitoefenen op de gang van zaken binnen de organisatie. Zo heeft de OR formeel overleg met de bestuurder tijdens de overlegvergadering. Deze overlegvergaderingen vinden plaats op basis van artikel 23 WOR of op basis van artikel 24 WOR. Een belangrijk basisrecht is het informatierecht (artikel 31 e.v. WOR). De bestuurder is verplicht de OR alle informatie te verstrekken die deze redelijkerwijs nodig heeft om zijn taak goed te kunnen vervullen. Dit betreft zowel algemene informatie over de gang van zaken in de organisatie als specifieke informatie bij voorgenomen besluiten. Daarnaast heeft de OR adviesrecht bij belangrijke organisatorische, economische en financiële besluiten, zoals reorganisaties, fusies, investeringen of inkrimpingen (artikel 25 WOR).

De bestuurder moet het advies van de OR vragen voordat hij een definitief besluit kan nemen. Ook moet hij gemotiveerd aangeven wat er met het advies van de OR gebeurt.

Ondersteunen

instemmingsrecht

raadplegen

Bij regelingen op het gebied van arbeidsvoorwaarden en personeelsbeleid heeft de OR instemmingsrecht (artikel 27 WOR). Denk aan regelingen over werktijden, verlof, verzuim, beloning of scholing. Zonder instemming van de OR kan de bestuurder deze regelingen niet vaststellen of wijzigen. Verder heeft de OR initiatiefrecht (artikel 23, lid 3 WOR). Dit betekent dat de OR zelf voorstellen kan doen aan de bestuurder over onderwerpen die de organisatie of de werknemers aangaan. De bestuurder is verplicht hierover in overleg te treden. Tot slot beschikt de OR over overige rechten, zoals het recht om deskundigen te raadplegen (artikel 16 WOR) en het recht op faciliteiten en scholing (artikel 17 en 18 WOR). Deze rechten ondersteunen de OR bij het effectief uitoefenen van zijn wettelijke taken en komen in paragraaf 3.4 aan de orde.

Kiesrechten

flexwerkers

kiesrecht

Sinds 1 januari 2022 zijn de regels in de WOR voor het kiesrecht van flexkrachten gewijzigd. De wijziging van de WOR houdt in dat de termijnen voor actief en passief kiesrecht voor flexwerkers worden verkort van respectievelijk 6 en 12 maanden naar 3 maanden (artikel 6, lid 2 en 3 WOR). Ook worden uitzendkrachten in het vervolg na 15 maanden (was: 24 maanden) beschouwd als personen die in de onderneming werkzaam zijn (artikel 1, lid 3a WOR) en gaan zij dus eerder medezeggenschapsrechten opbouwen. Zij krijgen dan na (15+3=) 18 maanden actief en passief kiesrecht. Dat betekent dat uitzendkrachten na 18 maanden mogen stemmen en zich verkiesbaar mogen stellen. Het blijft mogelijk om de groep ‘in de onderneming werkzame personen’ uit te breiden met bijvoorbeeld uitzendkrachten die nog geen 15 maanden werkzaam zijn in de organisatie. De OR en bestuurder kunnen dus samen afspreken dat werknemers eerder mogen stemmen of zich kandidaat mogen stellen.