2.3 OR bij minder dan 50 werknemers
vrijwillig
Organisaties met minder dan 50 werknemers zijn volgens de WOR niet verplicht om een ondernemingsraad in te richten. Toch kan een OR in kleinere organisaties een waardevolle vorm van medezeggenschap zijn. De WOR biedt de mogelijkheid om vrijwillig een OR op te zetten, maar een OR kan ook verplicht zijn op basis van afspraken die in de toepasselijke cao staan.
2.3.1 Vrijwillig een OR instellen
groeien
Een kleine organisatie kan ervoor kiezen om vrijwillig een OR op te richten. Dit gebeurt als de bestuurder en werknemers het belangrijk vinden om de medezeggenschap steviger te organiseren dan met een PV of PVT mogelijk is. Een vrijwillige OR kan bijvoorbeeld uitkomst bieden als:
- de organisatie verwacht snel te groeien en alvast wil voorsorteren op de wettelijke verplichting bij 50 werknemers;
- er veel veranderingen aankomen, zoals een fusie, reorganisatie of verhuizing;
- de bestuurder meer continuïteit wil in het overleg, bijvoorbeeld bij langetermijnbeleid, strategische thema’s of personele plannen.
Een vrijwillige OR heeft dezelfde rechten en plichten als een verplichte OR. Denk aan het overlegrecht, informatierecht, adviesrecht, instemmingsrecht en initiatiefrecht. De omvang van de OR kun je, binnen de kaders van de WOR, afstemmen op de grootte van de organisatie.
2.3.2 OR verplicht vanuit de cao
cao-afspraken
Het komt niet vaak voor, maar in sommige cao’s is vastgelegd dat organisaties met minder dan 50 werknemers tóch een OR moeten instellen. Bijvoorbeeld de cao Sociaal Werk, Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening en de cao Gehandicaptenzorg. Die cao’s stellen vanaf 35 werknemers de instelling van een OR verplicht. De bestuurder moet in dat geval voldoen aan de cao-afspraken en de OR binnen een redelijke termijn instellen.
2.3.3 Rechten van de OR
tijdig
personeelsbeleid
omvang
Een OR heeft wettelijke bevoegdheden op het gebied van overleg, informatie, advies, instemming en initiatief. De bestuurder moet regelmatig met de OR overleggen en de OR tijdig informeren over belangrijke ontwikkelingen. Daarnaast heeft de OR adviesrecht bij beleidswijzigingen die het personeel raken en instemmingsrecht bij regelingen op het gebied van arbeidsvoorwaarden en personeelsbeleid. In hoofdstuk 3 lees je meer over de volledige werking van de OR en rechten die de OR heeft.
2.3.4 Wat als de situatie verandert?
De omvang van een organisatie kan in de loop van de tijd veranderen. Als het aantal werknemers structureel onder de 50 personen komt, is een OR op grond van de WOR niet langer verplicht. Dat betekent echter niet dat de OR automatisch wordt opgeheven.
Een wijziging in de vorm van medezeggenschap kan pas plaatsvinden na afloop van de zittingstermijn van de OR, en alleen als zich in die periode een belangrijke vermindering of vermeerdering van het aantal werknemers heeft voorgedaan.
Eenzijdig
gezamenlijk
Het initiatief om de medezeggenschapsvorm te wijzigen ligt formeel bij de bestuurder, maar een dergelijk besluit kan hij niet eenzijdig nemen. De bestuurder moet hierover overleg voeren met de OR en gezamenlijk beslissen welke vorm van medezeggenschap, gelet op de gewijzigde omstandigheden, passend is. Dat kan betekenen dat de bestuurder de OR opheft en vervangt door een PVT of een PV.
Wijzigingen
bedrijfscommissie
De WOR biedt ook ruimte om, ondanks een daling in het aantal werknemers, een OR vrijwillig in stand te houden. De bestuurder moet dit dan wel schriftelijk meedelen aan de bedrijfscommissie. Doet de bestuurder dat niet, dan houdt de OR van rechtswege op te bestaan. Let wel: het instellen van een PVT of PV kan dan verplicht zijn. Het is belangrijk om de wijzigingen in de medezeggenschapsstructuur zorgvuldig voor te bereiden en vast te leggen, zodat zowel de bestuurder als de werknemers duidelijkheid hebben over de gekozen vorm en de bijbehorende rechten.