U bent hier

OR & Medezeggenschap
Vormen van medezeggenschap5. Medezeggenschap op internationaal niveau5.1 Invloed OR buiten Nederland

5.1 Invloed OR buiten Nederland

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier OR Rendement
Publicatiedatum: mei 2026

positie

relevant

lokale situatie

Eerst een blik op het juridisch perspectief: welke rechten heeft de Nederlandse OR in een internationaal bedrijf met een buitenlandse moeder? En wat betekent die positie voor de invloed van de OR? Als de moedermaatschappij een besluit neemt dat rechtstreeks ingrijpt in de Nederlandse onderneming waarvoor de OR is ingesteld, kun je dat besluit ‘toerekenen’ aan de eigen bestuurder. Daarvoor is wel vereist dat de bestuurder op grond van de WOR betrokken is bij dat besluit, bijvoorbeeld doordat de moeder hem vraagt om medewerking, instemming of uitvoering. Daarbij is het van belang dat het besluit relevant is voor jullie organisatie. De OR heeft dan adviesrecht bij de medewerking die de bestuurder verleent aan het voorgenomen besluit van de moedermaatschappij. Het besluit van de moedermaatschappij wordt daarmee dan als het ware ‘toegerekend’ aan je eigen bestuurder. Bijvoorbeeld: de Amerikaanse moeder voert een reorganisatie door en dat heeft als gevolg dat er 20 arbeidsplaatsen wegvallen in Nederland. Dit besluit grijpt direct in op de lokale situatie. De OR in Nederland moet dan een adviesaanvraag krijgen. Maar mocht de OR in Nederland die adviesaanvraag niet krijgen, wat zijn dan de mogelijkheden?

Een besluit van een buitenlandse moedermaatschappij kan soms worden toegerekend aan de eigen bestuurder. Voorwaarde is dat het besluit relevant is voor jullie organisatie en de bestuurder betrokken is bij dat besluit.

Procedure

mede-
ondernemer

Onder­nemingskamer

Als de moedermaatschappij zeggenschap heeft over de Nederlandse vestiging en geacht wordt de organisatie mede in stand te houden, is er sprake van ‘mede-ondernemerschap’. In dat geval kan de OR een procedure starten tegen de mede-ondernemer die het besluit heeft genomen zonder advies te vragen. De moedermaatschappij wordt dan ook als de ondernemer (zoals in artikel 1, lid 1d WOR) aangemerkt, omdat zij de onderneming – samen met de eigen bestuurder – in stand houdt. Dat deze mede-ondernemer in het buitenland is gevestigd, is niet relevant. De OR kan zich dan dus ook tot de Ondernemingskamer in Amsterdam wenden. Niet alleen de OR wordt soms overvallen door besluiten van hogerop; ook de bestuurder kan minder speelruimte hebben bij nieuwe plannen. Juist dan is steun van de OR waardevol.

Samen met de bestuurder kun je richting de moedermaatschappij duidelijk maken dat advies- of instemmingsrecht wettelijk verplicht is voordat plannen worden uitgevoerd. Door als één front op te trekken, vergroot je de kans om voorstellen bij te sturen waar dat nodig is.